Bewoners zetten procedures tegen Amsterdams evenementenbeleid voort

Bewoners zetten procedures tegen Amsterdams evenementenbeleid voort

Niet eerst besluiten en daarna de gevolgen onderzoeken, maar andersom

Een brede groep bewoners- en maatschappelijke organisaties zet de bezwaarprocedures tegen het Amsterdamse evenementenbeleid voort. Aanleiding is de vergunningverlening voor WorldPride, maar de kwestie is groter dan Pride of geluidsoverlast alleen. Centraal staat een vraag die veel Amsterdammers zullen herkennen: onderzoekt de gemeente de gevolgen van haar plannen voordat zij een besluit neemt, of pas wanneer het plan feitelijk al vaststaat, of spaak loopt?

De organisaties zijn niet tegen Pride of andere evenementen. Een levendige stad heeft evenementen nodig. Hun bezwaar richt zich op de manier waarop vergunningen tot stand komen en op de mate van bescherming die bewoners daarbij krijgen.

Volgens de Omgevingswet moet de overheid eerst onderzoeken welke gevolgen een activiteit heeft voor de fysieke leefomgeving en welke bescherming omwonenden nodig hebben. Daarna moeten alle betrokken belangen eerlijk tegen elkaar worden afgewogen. De wet beschermt niet alleen de belangen van organisatoren, maar ook die van bewoners. Die bescherming verliest haar betekenis als pas wordt gekeken naar de gevolgen voor omwonenden wanneer het podium al staat, artiesten zijn geboekt en de keuze feitelijk al is gemaakt.

Volgens de gezamenlijke organisaties wordt de redenering in de praktijk te vaak omgedraaid. Bij het maken van het beleid staat eerst de vraag centraal onder welke geluidsnormen evenementen met luide muziek kunnen worden toegestaan. Bij een concrete vergunning wordt vervolgens vooral bekeken of het evenement binnen die maximale beleidsnormen past. Wat daardoor onvoldoende wordt onderzocht en gemotiveerd, is hoeveel geluid op de specifieke locatie verantwoord is, gezien de woningen in de omgeving, de gezondheid van omwonenden en het woon- en leefklimaat.

Een maximumnorm is volgens de organisaties een bovengrens, geen vanzelfsprekend recht om op iedere locatie zoveel geluid te produceren. Volgens de organisaties betekent een maximale beleidsnorm niet dat die automatisch op iedere locatie kan worden toegepast. Juist per locatie moet de burgemeester motiveren waarom de gevolgen voor bewoners nog aanvaardbaar zijn.

Volgens de organisaties staat deze werkwijze niet op zichzelf. Veel Amsterdammers zullen dit herkennen bij bomenkap, verkeersmaatregelen, kadevernieuwingen en afvalvoorzieningen: het plan lijkt al vast te staan voordat de gevolgen voor de omgeving goed zijn onderzocht.

Geen procedure tegen Pride
De procedure over WorldPride is nadrukkelijk niet gericht tegen Pride, de lhbtiq+-gemeenschap of evenementen in de stad. De vraag is of de burgemeester voldoende heeft gemotiveerd waarom op meerdere locaties aanzienlijk hogere geluidsniveaus zijn toegestaan. Ook zal de burgemeester moeten motiveren waarom die niveaus verantwoord zijn voor de fysieke leefomgeving, de gezondheid van bewoners en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

De rechtbank Amsterdam heeft op 29 juli een verzoek afgewezen om de vergunning vóór de evenementen tijdelijk te schorsen. Volgens de rechter was daarvoor onvoldoende spoedeisend belang. De rechter heeft daarmee nog niet beoordeeld of de bezwaren tegen de vergunning terecht zijn. Ook de regels en werkwijze achter de vergunning moeten nog inhoudelijk worden bekeken in de bezwaarprocedure. Zie: ECLI:NL:RBAMS:2026:7762

Inhoudelijke antwoorden nodig
Tijdens die behandeling zal de burgemeester moeten motiveren waarom de gekozen geluidsniveaus op de betrokken locaties bestuursrechtelijk aanvaardbaar zijn. Ook zal duidelijk moeten worden hoe die keuzes zich verhouden tot de bescherming van bewoners, de fysieke leefomgeving, de gezondheid, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de eisen van de Omgevingswet.

De gezamenlijke bewoners- en maatschappelijke organisaties zetten de bezwaarprocedures daarom voort. De uitkomst kan niet alleen gevolgen hebben voor de vergunningen rond WorldPride, maar ook richtinggevend zijn voor toekomstige evenementenvergunningen in de gehele stad.

‘Een levendige en een leefbare stad zijn geen tegenpolen. Maar dat evenwicht ontstaat alleen als bewoners niet pas aan het einde van het proces worden gehoord. Zorgvuldig bestuur begint met onderzoeken, luisteren en belangen zorgvuldig afwegen — niet met achteraf uitleggen waarom een eerder gemaakte keuze toch zou moeten kunnen.’